Voorleestips

            

 

Voorlezen is elke dag een feest!

Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt.

Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip .

Hieronder een aantal tips om het meeste uit dit speciale kwartiertje te halen.

 

Een boek kiezen

In de boekwinkel en bibliotheek is zoveel keuze aan boeken dat het soms niet meevalt een geschikt boek te vinden dat op dat moment past bij de belevingswereld van uw kind. Denk eens aan de voldoende situaties: misschien is er in het gezin een baby op komst, wordt uw kind zindelijk of leert het zelfstandig naar de wc te gaan.

Veel bibliotheken hebben de boeken per thema bij elkaar staan. Ook in de boekwinkel kan men u boeken tonen over speciale onderwerpen.

 

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen

Het is een feit dat kinderen een verhaal eindeloos vaak willen horen en telkens opnieuw weer prachtig vinden. U hebt misschien zelf al lang genoeg van het boek, maar u weet dat herhaling erbij hoort. Lees prentenboeken juist een aantal keer voor om er zoveel mogelijk uit te halen.

Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u elke keer een ander onderwerp verzint om het na het voorlezen over te hebben: het thema, de personages of hebben de kinderen zelf wel eens zoiets meegemaakt?

 

Voorleesrituelen

Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel. Lees voor op een vertrouwd moment of op een knusse plek met een knuffel of kussen erbij, en met zo weinig mogelijk kans op storingen. Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen.

 

Voorlezen met stemmetjes

In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.

 

Te moeilijk of niet?

Het kan prettig zijn om van andere ouders of leidsters, of in de bibliotheek of boekwinkel, titels van prentenboeken te horen die geschikt zijn voor de leeftijd van uw kind. Dan nog kan het zijn dat u aarzelt of het boek niet te moeilijk of te gemakkelijk is.

Misschien helpt het om te weten dat een boek eigenlijk net een beetje te moeilijk mag zijn. Als u het meerdere keren voorleest en u praat samen over het verhaal, hebt u de meeste kans dat uw kind door een boek geboeid wordt.

 

Voorspel samen het verhaal

Vraag tijdens het voorlezen aan uw kind hoe het verhaal verder zou kunnen gaan. Door te vragen wat er allemaal kan gebeuren in het verhaal, denken kinderen goed na. Hierdoor leren ze in hun dagelijks leven ook beter om naar oplossingen te zoeken voor problemen.

 

Moeilijke woorden

Wanneer er moeilijke woorden in het boek staan, worden deze in de context van het verhaal vaak wel duidelijk. Zo niet, dan kunt u uw kind helpen om het nieuwe woord te leren door er een plaatje bij aan te wijzen, een voorbeeld te geven of een vervangend woord te gebruiken. Naderhand kunt u ook het moeilijke woord er weer bijhalen. Zo onthoudt uw kind het woord beter, dit helpt bij de ontwikkeling van het taalgebruik.

 

Laat uw kind vertellen

Geef uw kind gelegenheid om iets te zeggen als u het verhaal voorleest. Het gaat erom dat uw kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed. Uw kind heeft een eigen interpretatie over het verhaal en kan ook meepraten vanuit eigen ervaringen. Daar kunt u dan weer op ingaan. Zo blijft uw kind betrokken bij het verhaal. Laat uw kind het verhaal ook zelf eens navertellen.

Door het verhaal aan een ander te vertellen en erover na te praten, gaat uw kind het verhaal beter begrijpen.

 

Voorbereiding op het voorlezen

Lees de titel van het boek voor en praat met uw kind over de voorkant. Maak het nieuwsgierig naar het verhaal. Als u de kaft samen bekijkt, kunt u samen met uw kind bedenken waar het boek over zou kunnen gaan.